Druk op deze button en de tekst van deze pagina wordt voorgelezen. U kunt ook eerst een tekst selecteren en dan op deze button drukken, dan wordt alleen de selectie voorgelezen. Klik hier voor grotere letters. Klik hier om de paginatekst af te drukken.

U bent geboren voor 1950 en u kunt aanspraak maken op één van de aanvullingsregelingen voor deze leeftijdsgroep.


Deze aanvullingsregelingen werken met budgetten, waarmee u het door u opgebouwde vroegpensioen kunt aanvullen. De hoogte van uw budget is afhankelijk van:

  • Uw leeftijd op 1 januari 2006.
  • Uw leeftijd op het moment dat u voldoet aan de voorwaarden om te mogen uittreden.
  • Uw leeftijd als u met vervroegd pensioen gaat.

 

De Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden Afbouw voegt het budget toe aan uw uitkering. Ze doet dit door middel van gelijke maandelijkse bedragen. U heeft alleen recht op zo’n budget als u voldoet aan de voorwaarden van één van de aanvullingsregelingen.

 

Er zijn vier aanvullingsregelingen:

 

Heeft u de uitleg van deze aanvullingsregelingen gelezen, maar zit u toch nog met een vraag? Bel dan A&O Services, tel. 070 - 336 64 50.

 

Let op:

  • Uw pensioenopbouw gaat door
    Maakt u gebruik van één van de aanvullingsregelingen voor deelnemers die zijn geboren voor 1950? Dan gaat uw pensioenopbouw door tot uw 65ste. Bovendien wordt het werkgeversdeel van uw pensioenpremie dan doorbetaald.
  • Waar vindt u de aanvullingsregelingen in het reglement?
    De vier aanvullingsregelingen zijn opgenomen in het reglement van de Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden Afbouw, dat van kracht is sinds 1 januari 2006. U vindt ze in bijlage 4a van de CAO Afbouw.
  • Uitkering nooit hoger dan 100%
    Uw pensioenuitkering kan nooit hoger zijn dan 100% van uw gematigd eindloon of uw gemiddeld loon. Heeft u meer opgebouwd of houdt u een deel van uw eventuele aanvullingsbudget over? Dan wordt dit toegevoegd aan uw ouderdomspensioen.

Heeft het wisselen van CAO invloed op de aanvullingsregeling?

Een overstap van de ene CAO naar de andere, kan gevolgen hebben voor de aanvullingsregeling. Als het werken onder verschillende CAO’s meetelt voor het recht op de aanvullingsregeling, wordt dat ‘wederkerigheid’ genoemd.
Wederkerigheid bestaat er:

  • als men in de Sector Bouwbedrijf van functie is gewisseld: van bouwplaatswerknemer naar UTA-werknemer of andersom.
  • tussen de sector Bouwbedrijf (ook UTA) en de sector timmerindustrie.
  • tussen de sector Bouwbedrijf (ook UTA) en de sector Afbouw.

Overigens moet ook aan de oude VUT-voorwaarden worden voldaan van de sector waarin men uittreedt. Daarbij geldt als er sprake is van wederkerigheid, dat eerst op de hoogste uittreedleeftijd van de wederkerige CAO’s een volledige aanvulling plaatsvindt.