Aanvullingsfonds voor het Bouwbedrijf
Tijdelijke vergoeding pensioenpremie bij werkloosheid wegens bedrijfseconomische redenen
Als u werkloos wordt, heeft dat gevolgen voor uw pensioenopbouw. Cao-partijen in de bouwnijverheid willen deze gevolgen voor een bepaalde groep werknemers tijdelijk beperken en deze werknemers een tijdelijke vergoeding voor pensioenopbouw toekennen. De vergoeding geldt uitsluitend voor werknemers die wegens bedrijfseconomische redenen werkloos zijn of worden of die een uitkering uit de Ziektewet ontvangen. Dit geldt voor werknemers met een contract voor bepaalde en voor onbepaalde tijd. Met de tijdelijke vergoeding van pensioenpremie wordt voorkomen dat deze werknemers pensioenaanspraken uit de aanvullingsregelingen van bpfBOUW verliezen.
Wie komen er in aanmerking voor de tijdelijke vergoeding?
Om in aanmerking te komen voor deze tijdelijke vergoeding gelden de volgende voorwaarden:
- een werknemer is ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen in de periode
1 juli 2009 tot 1 januari 2014; en - er is sprake van een ontslagdatum die maximaal drie jaar voor de 60-jarige
(UTA 62-jarige) leeftijd ligt; en - er is sprake van een volledige beëindiging van het dienstverband (werknemers die voor een deel werkloos of ziek zijn geworden, komen niet in aanmerking voor de tijdelijke vergoeding); en
- een werknemer voldoet aan alle voorwaarden van de aanvullingsregeling 55- of de
aanvullingsregeling 55+ van bpfBOUW.
Wat is precies de tijdelijke vergoeding pensioenopbouw?
De sector kent al mogelijkheden om pensioen te blijven opbouwen als u werkloos bent. Het Aanvullingsfonds voor het Bouwbedrijf biedt momenteel al de mogelijkheid om een deel van uw pensioenopbouw voor maximaal zes maanden voort te zetten. Deze regeling vergoedt echter uitsluitend premies voor het ouderdomspensioen van bpfBOUW en niet de pensioenpremies voor de aanvullingregelingen 55- én 55+ van bpfBOUW.
De tijdelijke vergoeding pensioenopbouw bestaat uit een volledige vergoeding van de pensioenpremies voor de aanvullingregelingen 55- én 55+ van bpfBOUW, voor een maximum van drie jaar.
Krijg ik de tijdelijke vergoeding zolang ik werkloos ben?
U krijgt de tijdelijke vergoeding zolang u werkloos bent of een uitkering uit de Ziektewet ontvangt én nog niet de leeftijd van 60 jaar (Bouw) of 62 jaar (UTA-Bouw) hebt bereikt. Het Aanvullingsfonds gaat wel controleren of u gedurende de periode dat u de tijdelijke vergoeding krijgt ook daadwerkelijk werkloos of ziek bent. Hiertoe dient u telkens tijdig de gevraagde verklaringen terug te sturen. De tijdelijke vergoeding stopt in elk geval op het moment dat u weer een baan hebt. In dat geval heeft u de vergoeding immers niet meer nodig.
Wat zijn de gevolgen voor mijn pensioen?
Ondanks het behoud van de aanvullingsregeling, kan door ziekte of gedwongen werkloosheid het ‘te bereiken pensioen vanaf 65 jaar’ iets lager worden. De waarde van uw ‘te bereiken pensioen vanaf 65 jaar’, zoals die nu is, kunt u nazien op bladzijde 2 van uw meest recente UPO.
Hoe kan de tijdelijke vergoeding aangevraagd worden?
Een zieke of werkloze bouwplaatswerknemer moet zich voor het aanvragen van de éénmalige uitkering melden bij een vertegenwoordiger van FNV Bouw of CNV Vakmensen. Een zieke of werkloze UTA-werknemer kan zich voor het aanvragen van de eenmalige uitkering schriftelijk melden bij Cordares. Bij de melding dient de zieke of werkloze te overleggen:
- Kopie beschikking WW/ZW van het UWV, waaruit 1e WW/ZW-dag blijkt.
- Kopie ontslagbrief, waarin de werkgever verklaart dat de werknemer om bedrijfseconomische redenen is ontslagen.
Kopie ontslagvergunning van het UWV, of de ontbindingsuitspraak van de kantonrechter, of de beëindigingovereenkomst van ontslag met wederzijds goedvinden.
Binnen welke termijn moet de tijdelijke vergoeding aangevraagd worden?
De zieke of werkloze dient zich binnen drie maanden gerekend vanaf de beëindiging van het dienstverband te melden.
Met het aanvraagformulier vraagt u in één keer zowel de (bestaande) aanvulling uit het Aanvullingsfonds als de (nieuwe) tijdelijke vergoeding uit het Aanvullingsfonds aan. Als uw dienstverband bijvoorbeeld op 1 november 2011 eindigt, moet u de aanvraag vóór 1 februari 2012 hebben ingestuurd. Zodra uw aanvraag door het Aanvullingsfonds is beoordeeld, krijgt u een brief waarin staat of u in aanmerking komt voor de vergoeding.
Tot wanneer loopt de regeling?
De regeling loopt tot en met 31 december 2013. U kunt tot uiterlijk 1 april 2014 een aanvraag insturen. Aanvragen die op of na deze datum binnenkomen, worden niet meer in behandeling genomen. Het geld dat beschikbaar is voor de regeling, is overigens niet onbeperkt. Zodra het geld voor de regeling op is, zullen aanvragen om die reden afgewezen worden. Ook aanvragen die vóór 1 april 2014 zijn ingestuurd.
Nadere informatie
Werknemers kunnen informatie verkrijgen via de vakbondsconsulenten.
Werkgevers kunnen informatie verkrijgen via hun werkgeversorganisaties.